Gamelan muziek uit Midden-Java

Gamelan muziek uit Midden-Java

Praktisch gedeelte

0. Inleiding door Jos Janssen

Er zijn verschillende manieren om muziek te leren: vanuit de theorie en dan de praktijk of vanuit de praktijk en dan de theorie. Ik heb een voorkeur voor het laatste aangezien uit de praktijk relevante vragen gesteld kunnen worden.
We kunnen niet ontkennen dat we in een westerse cultuur opgegroeid zijn. Voor de meesten van ons hebben namen als Apollo, Bacchus of Venus wel een betekenis. Maar zeggen namen als Arjuna, Werkudara en Kresna u evenveel? Hetzelfde geldt voor de muziek. Do re mi fa sol la si zult u niet voor het eerst horen maar wat zegt u: ji ro lu pat ma nem pi? Veel mensen denken dat zij niet muzikaal zijn. Men kent echter het verschil tussen lang en kort en tussen laag en hoog dus mag men concluderen dat enige kennis van muziek aanwezig is: in ieder geval van tijdsduur en toonhoogte en/of ritme en melodie! In hoeverre je jezelf een muzikaal iemand mag noemen hangt af van in hoeverre je de muzikale taal kent en ervoor open staat. In Java leert men gewoonlijk eerst de praktijk: van vader op zoon en van moeder op dochter (orale traditie!). Nadruk werd en wordt nog steeds gelegd op het geheugen, voor en nadoen en later op het snappen van de muzikale regels.

Javaanse gamelanmuziek is in opbouw te vergelijken met de Boeddhistische tempel Borobudur in Midden-Java: wanneer je van ver het bouwwerk bekijkt zie je slechts een contour, een soort kaasstolp; kom je dichterbij dan herken je drie niveau's; kom je nog dichterbij dan kun je beeldhouwwerken onderscheiden; nog dichterbij zie je in die beeldhouwwerken het leven van Boeddha afgebeeld.

Gamelanmuziek bestaat uit een skelet van basismelodieën, balungan, genoteerd d.m.v. een cijfernotatie; de ruimte tussen de basismelodie-noten wordt opgevuld door een verdubbeling op één van de instrumenten; de ruimte tussen de verdubbelingen wordt opgevuld door opnieuw een verdubbeling / variatie op een ander instrument; etc....

6                   .                   3                   .                   2 Basismelodie
6         5         3         2         3         6         5         3         2 Saron Barung
6     6   5     5   3     3   2     2   3     3   6     6   5     5   3     3   2 Saron Peking
6   . 1 . .   6 1 2     1 2 3 2   . 1 . .   1 6 1 2   1 . 1 6   . 1 . 6   . 1 . 6 Gender rechter hand
6   3 . 3 5   . . . 6   . . . .   6 . 6 3   . . . .   . 3 5 .   5 . 5 3   2 3 1 2 Gender linker hand

1. Praktische theorie

Voor de behandeling van de komposities nu eerst een paar praktische termen:

LARAS (toonschaal)

In Java worden 2 toonschalen gebruikt nl. Pelog en Slendro. De meeste instrumenten zijn dan ook dubbel uitgevoerd.

Laras pelog met de reeks
Laras slendro met de reeks

Op de basis melodie-instrumenten zijn de reeksen op de volgende manier uitgevoerd:

Laras pelog met de reeks
Laras slendro met de reeks

In slendro zijn de tonen 6 en 1 zowel hoog als laag aanwezig. Het verschil wordt in de notatie aangegeven d.m.v. puntjes boven of onder het cijfer. Nog iets over de cijfernotatie: de melodie wordt steeds gegeven in vierkwartsnotatie. Een achtste toonduur wordt aangegeven d.m.v. een streepje boven de noot te plaatsen:
twee kwarten 6 5; vier achtsten 66 55 of acht zestienden 6666 5555

PATHET : In de Javaanse muziek zijn er drie modi ofwel toonsferen. Iedere toonsfeer roept een bepaald gevoel op. Dit kun je het beste ervaren tijdens een komplete Wayang Kulit voorstelling: De poppenspeler (dhalang) begint in een ingetogen modus (pathet nem) en gaat dan na ca. 3 uur over in een levendiger modus (pathet sanga). Hierin treden ook de clowns op. Tenslotte eindigt de voorstelling in een zeer levendige modus (pathet manyura). Binnen iedere modus zijn er nog 3 speciale zangmelodieën om de gemoedstoestand te benadrukken, de zgn Suluk (gedragen, triest of opgewonden).

BALUNGAN : Zoals hierboven bij de inleiding al is gezegd is de balungan de basismelodie van de gamelanmuziek. De balungan is gegroepeerd in groepjes van 4 noten/tellen d.i. een gatra en het accent ligt op de vierde tel. Deze hoeft echter niet extra hard gespeeld te worden aangezien de melodie dit accent al melodisch geeft: bijv. 6532 6532 323. 6532. Het accent ligt melodisch duidelijk op de
2 2 . en 2. Alle melodieën van de andere instrumentalisten werken naar deze vierde toon toe.

IRAMA : In het algemeen zijn er drie ritmen in de gamelan 1. snel = tanggung 2. gemiddeld = dados 3. langzaam = wiled

2. Kompositievormen:

Er zijn in de Javaanse muziek vele kompositievormen. Deze worden gekenmerkt door een bepaalde gong, kenong en kempul struktuur. De belangrijkste vormbepaler is de zgn. gongan:. de melodie tussen 2 grote gong slagen (gong ageng slagen). Iedere gongan wordt verdeeld in een aantal kenongan . Dit zijn muzikale frasen tussen 2 kenong-slagen (kenong = grote liggende gong). Een verdere verdeling wordt geaccentueerd door slagen op de kleine hangende gong, de kempul .

Verder kan iedere gatra (groepje van 4 noten) nog geaccentueerd worden door één of twee kleine liggende gongs ketuk en kempyang U merkt misschien wel dat je de verdeling in gongans, kenongans etc... zou kunnen vergelijken met het verdelen van een muzikale zin d.m.v. punten en komma's.

Laten we als voorbeeld de kompositievorm lancaran nemen: Deze heeft 16 tellen per regel (4 gatra's).

Notatie:
() = gong ageng
) = kenong
())= gong ageng + kenong
^ = kempul
- = kempyang
+ = ketuk
. = rust

Eerst zetten we een punt achter de muzikale zin van 16 tellen:

                              ( )
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16

Nu zetten we komma's:

     
)
     
)
     
)
     
)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16

Nog meer komma's:

 
     
^
     
^
     
^
   
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16

 En dan tenslotte de fijne verdeling van de gatra:

+
.
+
.
+
.
+
.
+
.
+
.
+
.
+
.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16

En nu het geheel samen:

+
.
+
)
+
^
+
)
+
^
+
)
+
^
+
())
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16

 

Om deze struktuur te onthouden kun je gebruik maken van de "klanknabootsende" eigenschap van deze gong-achtige instrumenten:

Gong klinkt als gong Kenong klinkt als nong Kempul klinkt als poel Ketuk klinkt als toek Kempyang klinkt als piang

 

toek
rust
toek
nong
toek
poel
toek
nong
toek
poel
toek
nong
toek
poel
toek
gong/nong
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16

 

3. LANCARAN

Nu gaan we de basismelodie, de BALUNGAN, invullen:

Er zijn twee vormen:

Als voorbeeld geven we een lancaran Nibani: Deze bestaat uit 5 gongan. Aangezien in de kompositie de rusten en noten elkaar regelmatig afwisselen kan men in de notatie de rusten weglaten: Om een kompositie te beginnen speelt een van de instrumenten een intro, een zgn. buka. We voegen bij de buka bonang nog de partij van de trommel (kendhang) toe.

Lancaran KEBOGIRO laras pelog pathet barang

Lancaran Kebogiro
Intro Bonang
5 6 7 2 7 3 7 2 7 6 7
(5)
Kendhang
        t t p B p p p p
Basismelodie
A       6 5 3 2 3 2 6 5
          6 5 3 2 3 2 6 5
  B       6 5 6 7 6 7 6 5
          6 5 6 7 6 7 6 5
  C       7 6 3 2 3 2 6 5

De punten en komma's van de muzikale regel kunt u zelf invullen (16 tellen per regel!).

De basismelodie wordt gespeeld door de instrumenten: slenthem, de Ssaron demung en de saron barung . De saron peking verdubbelt de noten: 6 5 3 2 wordt 66553322

4. BONANG

Er zijn twee bonangs: de bonang barung en de bonang panerus . De laatste is een octaaf hoger gestemd dan de bonang barung.

De ketels op beide bonangs zijn als volgt gegroepeerd:

bonang slendro
bovenste rij 6 5 3 2 1 2
onderste rij 1 2 3 5 6 1

bonang pelog
bovenste rij 4 6 5 3 2 1 7
onderste rij 7 1 2 3 5 6 4

De bovenste rij is een octaaf hoger gestemd dan de onderste rij. De bonangs samen beslaan dus drie octaven. De bonangs spelen vooruit, een tegenmelodie of variëren de melodie.

In principe nemen de bonangs in een lancaran als leidraad iedere tweede noot van de balungan, dus bijv. voor 6532 zouden dat zijn de noten 5 en 2. Deze noten worden in octaven gespeeld ( gembyangan). Dit houdt in dat met links en rechts tegelijk de hoge en de lage 5, respectievelijk 2 worden geslagen (cursief).

bonang pelog
bovenste rij 4 6 5 3 2 1 7
onderste rij 7 1 2 3 5 6 4
bonang pelog
bovenste rij 4 6 5 3 2 1 7
onderste rij 7 1 2 3 5 6 4

 

bonang partij Kebogiro Pelog barang
Saron barung
. . . 6 . . . 5 . . . 3 . . . 2 . . . 3 . . . 2 . . . 6 . . . 5
Bonang barung rechter hand
. 5 . . . 5 . . . 2 . . . 2 . . . 2 . . . 2 . . . 5 . . . 5 . .
Bonang barung linker hand
. 5 . . . 5 . . . 2 . . . 2 . . . 2 . . . 2 . . . 5 . . . 5 . .
Bonang panerus rechter hand
. . 5 . . 5 . 5 . . 2 . . 2 . 2 . . 2 . . 2 . 2 . . 5 . . 5 . 5
Bonang panerus linker hand
. . 5 . . 5 . 5 . . 2 . . 2 . 2 . . 2 . . 2 . 2 . . 5 . . 5 . 5

In de tweede regel: 6532 3265 spelen de bonangs voor 3265 niet naar een 2 en een 5 toe maar twee maal naar een 5. Dit om aan te geven dat ze naar gedeelte B willen gaan!

Indien het tempo vertraagt is er nog een speciale melodie voor de bonang barung in Kebogiro:

bonang partij Kebogiro Pelog barang eerste regel
Saron barung
. . . 6 . . . 5 . . . 3 . . . 2 . . . 3 . . . 2 . . . 6 . . . 5
Bonang barung rechter hand
. 6 . . . 6 . . . 6 5 . . 6 . . . 6 . . . 6 . . . 6 .   . 6 . .
Bonang barung linker hand
. . . 3 . . . 5 . . . 3 . 2 . . . 2 . . . 2 . . . . . 3. . . . 5
bonang partij Kebogiro Pelog barang tweede regel
Saron barung
. . . 6 . . . 5 . . . 3 . . . 2 . . . 3 . . . 2 . . . 6 . . . 5
Bonang barung rechter hand
. 6 . . . 6 . . . 6 5 . . 6 . . . 5 . . . 5 . . . 5 . . . 5 . .
Bonang barung linker hand
. . . 3 . . . 5 . . . 3 . 2 . . . 5 . . . 5 . . . 5 . . . 5 . .
bonang partij Kebogiro Pelog barang derde en vierde regel
Saron barung
. . . 6 . . . 5 . . . 6 . . . 7 . . . 6 . . . 7 . . . 6 . . . 5
Bonang barung rechter hand
. 5 . . . 5 . . . 7 . . . 7 . . . 7 . . . 7 . . . 2 . 2 . . 6 5
Bonang barung linker hand
. 5 . . . 5 . . . 7 . . . 7 . . . 7 . . . 7 . . . . . .. . 7 . .
bonang partij Kebogiro Pelog barang vijfde regel
Saron barung
. . . 7 . . . 6 . . . 3 . . . 2 . . . 3 . . . 2 . . . 6 . . . 5
Bonang barung rechter hand
. . . 3 . 2 . 6 . . . 5 3 6 . . . 6 . . . 6 . . . 6 .   . 6 . .
Bonang barung linker hand
. 7 . . . . . . . . . . . 2 . . . 2 . . . 2 . . . . . 3. . . . 5

 

5. Kendhangan Lancaran

Javaanse gamelanmuziek wordt geopend met een BUKA, een openingsregel, gespeeld door een van de instrumentalisten. Deze buka kan variëren in lengte maar de kendhang valt meestal in op de zevende noot voor de gong en bepaalt het tempo.

In een lancaran gebeurt dit als volgt:

 

Lancaran Kebogiro
Tel intro
. . . . 1 2 3 4 5 6 7
(8)
Kendhang
. . . .
t
t
p
B
p
p
p
p

 Notatie kendhang:
t = tak , links op de ketipung (kleine trommel)
p = tung , rechts op de ketipung (kleine trommel)
B = bem , rechts op de kendhang ageng (grote trommel)

 Het kendhangan van de eerste 16 noten ziet er zo uit:

p
p
p
p
p
B
p
p
p
B
p
p
p
B
p
p
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16

Het einde van een stuk heet suwuk en deze wordt op de volgende manier aangegeven:

.
p
.
p
.
p
B
p
t
B
p
.
B
.
p
.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16