Gamelan muziek uit Midden-Java

Theoretisch gedeelte

0. Inleiding

 Gamelanmuziek uit Midden-Java

Het woord gamelan is de algemene benaming voor een groep muziekinstrumenten, die grotendeels uit slaginstrumenten bestaat (te vergelijken met het woord symfonie-orkest). Het Javaanse werkwoord 'Gamel' betekent 'slaan'! In Java gebruikt men tegenwoordig veelvuldig het nieuwere woord karawitan voor gamelan. Het woord is waarschijnlijk afgeleid van het woord "Rawit" hetgeen geraffineerd, subtiel betekent; met voor- en achtervoegsel betekent het "alles wat geraffineerd is". Het Javaanse woord voor gamelanmusicus is "Niyaga" of "Pengrawit".

In 1985 had Jos Janssen het genoegen de heer MARTOPANGRAWIT, één van de meest vooraanstaande 'pengrawit' (gamelanbespelers), te mogen ontmoeten en te interviewen. In zijn dagboek tekende hij de ontmoeting op met: "Solo, 4 november 1985. Gisteren zag ik Martopangrawit voor het eerst, tijdens een ritje op de fiets. Hij woont ongeveer 100 meter van mij vandaan en onze ontmoeting vond plaats op straat. Hij begon meteen een filosofisch gesprek. "Ja, wat is eigenlijk kunst?", vroeg Martoprangrawit. Hij wees vervolgens naar zijn hand en zei: "Wanneer je wijsvinger nu het gevoel is en je pink de ratio, hoe springt een seniman (kunstenaar) daar mee om? In de handpalm lopen banen die verbindingen leggen tussen deze twee uitersten. Als het goed is, is er een juiste balans tussen deze twee. Maar tegenwoordig heb ik het gevoel, vervolgde Martopangrawit, dat veel jonge mensen het kunstenaarsschap als een soort handel benaderen. Er spreekt teveel handelsgeest. Men wil rente overhouden aan de dingen die men doet. Dit kan nooit leiden tot een goed kunstenaar!".

1. Het culturele leven op Java

Java is één van de provincies van Indonesië. Ondanks dat het eiland vrij klein is, wonen er ca. 80 miljoen mensen en speelt het een belangrijke rol op cultureel gebied. Op Java waren gedurende vele eeuwen de administratieve, regerings- en culturele machten gevestigd. Deze macht begint met het koninkrijk Mataram I (732-750) en de Çailendra dynastie (750-850) en later met die van Mataram Tunggal (850-926). Zij lieten een rijke schat aan monumenten na: de Hindoeïstische tempels Dieng, Sèwu, Prambanan, Kalasan en de Boeddistische tempels Borobudur, Mendut en Pawon. Men mag veronderstellen dat in dezelfde tijd dat de tempels werden gebouwd, ook andere kunstvormen zich ontwikkelden zoals de beeldhouwkunst, de schilderkunst, de muziek en de dans. Gedurende de 11e t/m de 15e eeuw zijn vele literaire werken geschreven, zoals de epische gedichten Arjunawiwaha, Bharatayuda, Ramayana en Negarakertagama. Het einde van het koninkrijk Majapahit (14e eeuw), gevestigd op Oost-Java, markeert tevens het terugtrekken van de Hindoe-cultuur op Java. De administratieve macht gaat weer terug naar Midden-Java met het verschijnen van het eerste Islamitische koninkrijk: het koninkrijk van Demak. Gedurende deze periode zijn literatuur, pedhalangan, karawitan en dans tot hoog niveau ontwikkeld (pedhalangan is de kunst van het poppenspel en karawitan de traditionele gamelanmuziek). Gedurende deze periode komt ook Wayang Kulit (schimmenspel) tot ontwikkeling, waarin de voorouders een belangrijke plaats innemen.

Men veronderstelt dat de Wayang zeer oud is, reeds van voor de christelijke tijd. De leren poppen appelleren aan de geesten van de voorouders en deze worden gevisualiseerd door hen in de vorm van marionetten tegen de wand van een grot te projekteren. Zij vertellen, al gesticulerend, het voorouderlijke verhaal onder begeleiding van zang. Door Hindoeïstische invloeden zijn de verhalen veranderd en gecomplementeerd door de epische gedichten Mahabarata en Ramayana. De inhoud van deze epische gedichten geven de indruk alsof ze op Java zijn gebeurd; zij geven met kracht de normen weer van de Javaanse maatschappij uit die tijd.

Ook wat betreft de gamelanmuziek weet men niet precies wanneer ze is ontstaan maar men mag aannemen dat ze tijdens de Hindoeïstische periode is ontwikkeld. Tijdens de Nederlandse kolonisatie (eind 16e eeuw) bemoeiden de Nederlandse ambtenaren zich niet met het culturele leven van Indonesië. De koningen van Java echter hadden hun macht verloren en concentreerden zich vooral op culturele aktiviteiten. Kunst en cultuur werden en worden gezien als onderdeel van ceremonies en als koninklijk attribuut, symbool van koningen en edelen. In de koninklijke paleizen (kratons) werden specifieke kunstvormen ontwikkeld. Iedere kraton probeerde een persoonlijk karakter te geven aan deze kunstvormen. Zo zijn in de loop der eeuwen verschillende stijlen ontstaan: bijv. de stijlen van Surakarta (Solo) en Yogjakarta.

Deze koningshuizen uitten hun verschillen via hun kunstvormen/uitingen bijv. de dans: de Bedaya Srimpi uit de kratons van Surakarta en Yogjakarta; Langendriyan en Wayang Wong uit de Mangkunegaran; Langen Mandrawanara uit de Kepatihan Danuryan Yogjakarta; Ketoprak, Santiswara, Laras Madya in de Kepatihan Wreksadiningratan Surakarta. De logische consequentie van deze culturele ontwikkeling was dat de musici meer en meer uit de families der edelen kwamen. Iedere familie van edelen bezat één of meerdere gamelans.

 2. Gamelan, Karawitan en Garap

In het algemeen kan men de instrumenten van Midden-Javaanse muziek in drie hoofdgroepen indelen:

a. traditionele muziek met gebruikmaking van bamboe-instrumenten.
b. traditionele muziek met gebruikmaking van rebana ( platte trommels).
c. traditionele muziek met gebruikmaking van de gamelan.

Wij zullen ons beperken tot een beschrijving van de gamelan.

In Java bestaan vele varianten van de gamelan; dit kan men afleiden uit het type en aantal instrumenten, hun sociale en artistieke functie en het repertoire: o.a. de Soendanese variant uit West-Java; Surakarta en Yogyakarta varianten uit Midden-Java en de Java Timur variant uit Oost-Java. In iedere streek zijn culturele centra opgezet om deze varianten te ondersteunen en akademies waar men deze muziek kan bestuderen. Op dit moment bestaat een trend waarbij de musici zich openstellen voor een vermenging van de stijlen.

2.1 Gamelan

Zoals reeds werd vermeld is 'Gamelan' de algemene benaming voor een groep Javaanse muziekinstrumenten, voornamelijk slagwerkinstrumenten. Een Midden-Javaans gamelan-orkest kan men op verschillende manieren indelen.

Bijvoorbeeld door de volgende twee verzamelingen:

a. instrumenten met toetsen (wilah).
b. instrumenten met een bol (pencon d.i.afgeleid van de gong)

 

ad a.

Toets instrumenten
Demung Saron Saron panerus Gambang
Slenthem Gender barung Gender panerus  

ad b.

Instrumenten met een bol

Bonang barung

Bonang panerus Kenong  
Gong Kempul Kethuk/Kempyang  

 

Membranophonen
Kendhang Kendhang ageng Kendhang ciblon Kendhang ketipung Kendhang wayang

De snaarinstrumenten:

1. rebab (2-snarige vedel)
2. siter en celempung (kleine en grote siter)

 

De aerophones:

1. suling (bamboefluit)

 

2.2 Karawitan

Naast het woord GAMELAN is er de nieuwe term KARAWITAN, welke nu meestal wordt gebruikt in Indonesië. Zij ontstond vlak na de onafhankelijkheid van Indonesië.

De term werd voor het eerst gebruikt in Midden-Java aan de koninklijke paleizen van Yogjakarta en Surakarta. In 1950 werd de eerste school voor de kunst opgericht te Surakarta (Konservatori Karawitan Indonesia) waar men onderricht kon krijgen in de muziek, de dans en het poppenspel in het bijzonder afkomstig van Midden-Java. Tegenwoordig wordt de term KARAWITAN meestal gebruikt als: "de toonkunst die de toonschalen slendro en pelog gebruikt, zowel vokaal als instrumentaal waaronder ondermeer de gamelanmuziek valt".

 De term karawitan bestaat uit 3 elementen:

  1. De gamelan met in hoofdzaak bronzen slagwerkinstrumenten.
  2. De toonschalen slendro en pelog. Slendro is een 5-tonige reeks met gelijke intervallen en pelog is een 7-tonige reeks met ongelijke intervallen)
  3. Een traditie d.w.z. formules welke gehoorzamen aan strikte regels.

 

2.3 Garap

Binnen de Javaanse term karawitan bestaat een muzikaal concept dat zeer belangrijk is voor een beter begrip van de Javaanse gamelanmuziek. Deze term GARAP speelt een centrale rol in de karawitan. Prof. Dr. Supanggah, die de term voor het eerst geformaliseerd heeft, geeft de volgende definitie: "GARAP houdt zich bezig met het domein van de creatie, de interpretatie, het zorgen voor de inspiratie en de verbeelding". De Javaanse kunstenaar bezit echter een grote mate van vrijheid binnen deze garap (niet te verwarren met improvisatie). Het schimmenspel, de wayang kulit , kan zeer verhelderend zijn voor de term 'garap' en de vrijheid die de kunstenaar geniet: voor hetzelfde verhaal (lakon) kan het effect, de stijl en de inhoud variëren naar inzicht van de poppenspeler (dhalang) en de omstandigheden dwz. het bijzondere moment of de ambiance. Voor één enkel verhaal kan iedere poppenspeler aldus verschillende 'garap' of 'sanggit' creëren (sanggit is de creativiteit van de dhalang).

Hij kan o.a. het volgende variëren:

  1. volgorde van de scenes.
  2. het accentueren van de karakters van bepaalde personages.
  3. de verwikkeling in het verloop van het verhaal.
  4. de keuze van de bewegingen van de marionetten (sabet).
  5. de begeleidende muziek (gamelan)
  6. het ritme van de voorstelling.

De lakon is dan niets anders dan een kader, waarbinnen de poppenspeler een verhaal kan opbouwen of bewerken geheel volgens zijn eigen visie en zijn verbeelding.

Binnen de garap kun je de volgende onderverdeling maken:

  1. de verschillende elementen van de garap
  2. de verschillende genres van de garap

Onder de elementen van de garap vallen o.a. het instrumentarium en de kompositievormen.

Tot de verschillende genres van de garap behoren de GARAP LARAS (laras=toonsysteem), de GARAP IRAMA (irama = ritme / tempo) en LAGU (melodie), de GARAP PATHET (pathet=modus) en verder de GARAP DYNAMIEK en de GARAP ORKESTRATIE.

2.3.0. Elementen van de Garap

Binnen de KARAWITAN zijn de belangrijkste elementen van de GARAP: (zie tevens onder 2.4)

  1. de RICIKAN (de instrumenten)
  2. de GENDHING (de komposities) en de BALUNGAN GENDHING (skelet van de kompositie)
  3. de CENGKOK (woordenschat van het spel)

ad. 1. De RICIKAN

De instrumenten van een gamelan zijn natuurlijk de belangrijkste elementen van de garap. Via de instrumenten kunnen de kunstenaars hun artistieke ideeën uitdrukken. Welke rol spelen zij vanuit de GARAP gezien?:

Men kan de instrumenten op de volgende manier indelen:

  1. structuur instrumenten
  2. balungan instrumenten
  3. garap instrumenten

ad. 1. de structuur instrumenten

Deze instrumenten tonen de structuur of het kader van de kompositie.

Het uitvoeringsmodel wordt bepaald door de vorm van de kompositie (gendhing) of het muzikale genre. De instrumenten zijn: gong, kempul, kenong, kethuk/kempyang, kecer en tenslotte de kendhang. Deze instrumenten worden in principe niet als melodie-instrument gezien. Zij geven als het ware de punten en komma's in een muzikale zin.

ad. 2. de balungan instrumenten

Balung betekend skelet. In de karawitan gebruikt men de term o.a. voor:

  • de balungan gendhing (skelet van de kompositie)
  • de balungan instrumenten d.w.z. de muzikale partijen van deze instrumenten volgen gewoonlijk de balungan gendhing.

Ladrang WILUJENG toont dit zeer duidelijk: (eerste 2 maten)

Balungan gendhing
2
1
2
3
2
1
2
6
Saron
2
1
2
3
2
1
2
6
Gender rechter hand
6
5
6
1
6
1
2
6
Gender linker hand
2
1
2
3
2
16
12
6
Rebab
23
12
23
3
12
16
11
6

De saron, de gender en de rebab spelen 'mbalung', d.w.z. dat zij alle drie de balungan gendhing 2123 2126 volgen en binnen hun idioom interpreteren.

De balungan instrumenten zijn: saron, saron panerus, demung, slenthem.

ad. c. de garap imstrumenten

Deze instrumenten verwezenlijken de 'garap' vertrekkende vanuit de balungan gendhing. Zij realiseren de interpretatie van de balungan gendhing vanuit hun muzikale taal. De kleur of het karakter van een bepaalde gendhing krijgt zijn definitieve vorm door deze instrumenten.

Er zijn 2 groepen:

  1. De GARAP NGAJENG instrumenten: (ngajeng betekend vooruit in het hoog Javaans) Deze instrumenten nemen het initiatief om de garap te bepalen, de andere instrumenten volgen getrouw. Het zijn de rebab, de kendhang, de gender, de bonang barung en de sindhen (zangeres)
  2. De GARAP WINGKING instrumenten: (wingking betekent achteraan). Deze instrumenten zijn minder belangrijk dan de onder 1 genoemde. Het zijn de gender panerus, de gambang, de celempung, de siter, de suling, de bonang panerus en de gerong (koorzang).

2.3.1 Genres van de garap

 2.3.1.1 Garap Laras (toonsysteem)

Er zijn twee toonsystemen namelijk Pelog en Slendro.

 Pelog is een 7-tonige reeks met theoretisch ongelijke intervallen.

Slendro is de 5-tonige reeks met theoretisch gelijke intervallen.

[ Over de cijfer notatie: ( oktaaf 4 = 440 Hz.) ]

Gamelan instrument: Gender Barung Slendro (14 toetsen)

Oktaaf 2
Oktaaf 3 Oktaaf 4 Oktaaf 5
6
1 2 3 5 6
1 2 3 5 6
1 2 3

Het oktaaf-onderscheid wordt gemaakt door een punt boven of onder de noot te plaatsen: Oktaaf 2 met 2 punten onder het cijfer; Oktaaf 3 met 1 punt onder het cijfer; Oktaaf 5 met 1 punt boven het cijfer

Javaanse toonnamen zijn hetzelfde als de Javaanse cijfers:

1 = siji 2 = loro 3 = telu 4 = empat 5 = lima 6 = enem 7 = pitu

 
ji
ro
lu
pat
ma
nem
pi
ji
Pelog
1
2
3
4
5
6
7
1
Slendro
1
2
3
-
5
6
-
1

1,2,3... etc zijn slechts toonnamen; ze zeggen niets over de toonhoogte. In beide toonschalen zijn er toonhoogten die overeenkomen maar de meesten komen niet overeen: Bijvoorbeeld de toon 1 Slendro is lager dan de toon 1 Pelog (Ref. RRI-stemming).

  l a a g ---) h o o g  
Pelog
.
1
.
2
3
.
4
5
6
7
Slendro
1
.
2
.
.
3
5
.
6
.

In Museum Bronbeek te Arnhem staat een nogal bijzondere gamelan. Bij deze gamelan komen de tonen Pelog 5 en Slendro 5 overeen en dus niet de tonen 6 zoals in het voorbeeld meestal het geval is! Waarom is een overeenkomst belangrijk? Hierdoor is het mogelijk om van de ene toonschaal over te gaan naar de andere. Als dit gebeurt is dit altijd aan het eind van de melodie op de slag van de 'grote gong'. Het is mogelijk om vele melodieën in beide toonsystemen uit te voeren maar het maakt een herinterpretatie van de individuele partijen/melodieën noodzakelijk: bijv. in het begin van de kompositie WILUJENG, waarin de basismelodie, de balungan, verandert.

Slendro
2
1
2
3
2
1
2
6
3
3
.
.
6
5
3
2
Pelog
2
7
2
3
2
7
5
6
3
3
.
.
6
5
3
2

2.3.1.2 garap irama en lagu

2.3.1.2.1 garap irama (ritme/tempo)

Irama is de relatieve wijdte van een gatra (gatra is de muzikale eenheid van 4 basis-melodie-noten: 4 balungan-noten waar het accent op de 4e tel ligt) en het niveau waarin de gatra is verdeeld: (de volgende tekening zal dit verduidelijken met de balungan in cijfernotatie)

a
6
5
3
2
b
.
6
.
5
.
3
.
2
c
.
.
.
6
.
.
.
5
.
.
.
3
.
.
.
2
d
.
.
.
.
.
.
.
6
.
.
.
.
.
.
.
5
.
.
.
.
.
.
.
3
.
.
.
.
.
.
.
2
e
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
6
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
5
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
3
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
2

Iedere punt is één slag/puls. Het is duidelijk dat de relatieve afstand tussen de BALUNGAN pulsen (basis-melodie) afhankelijk is van het aantal punten. Deze punten of spaties zullen opgevuld worden door de melodie-instrumenten. Dit betekent door de cengkok (melodische patronen) van de instrumenten gender, gambang, bonang etc...

De saron panerus (basis melodie-instrument) speelt op iedere punt 1 noot waardoor je dit instrument kunt bestempelen als indicatie voor de verschillende irama's.

Het tempo van de saron panerus is relatief aangezien dit afhankelijk is van de trommelbespeler; iedere speler heeft zijn eigen gevoel qua tempo maar er zijn drie basis tempi te onderscheiden:

a. tamban (langzaam) b. sedheng (gemiddeld) c. seseg (snel)

Tempo wordt in de karawitan laya genoemd, niet irama. Hoewel irama zowel voor ritme als tempo wordt gebruikt; voor de musici is het begrip duidelijk "is het irama te langzaam" dan heeft men het over het tempo en "we gebruiken irama a" dan heeft men het over het ritme. Er zijn 5 typen van irama:

a. irama LANCAR 1/1 = 1 balungan/1 saron panerus slag
b. irama TANGGUNG 1/2 = - , 2 - - slagen
c. irama DADOS 1/4 = - , 4 - - -
d. irama WILED 1/8 = - , 8 - - -
e. irama RANGKEP 1/16 = - , 16 - - -

Het snelste irama is irama GROPAK met het teken 2/1.

2.3.1.2.2 garap lagu (melodie)

Lagu betekent "een geordende volgorde van tonen welke prettig klinken wanneer men ze speelt" Deze ordening moet een bepaalde vorm hebben. Er zijn vele vormen (kompositie-vormen) genaamd gendhing.(zie 2.3.2.2)

2.3.2 garap pathet (modus, tonaliteit)

Er zijn 3 modi per toonsysteem, welke tot een speciale muzikale interpretatie noodzaakt

Over het concept pathet bestaat onder de musicologen nogal verschil van mening, wij zullen hierover niet verder uitwijden. Dr. Supanggah geeft aan dat de interpretatie van de pathet (garap pathet) tevens afhankelijk is van de artistieke betekenis die iedere speler eraan geeft en afhangt van de keuze van de melodische patronen (cengkok) en hun variaties (wiled) t.o.v. de andere instrumentale en vocale partijen. Een kompositie in de Javaanse muziek bereikt slechts zijn uiteindelijke realisatie met de interpretatie tijdens de uitvoering. Daarom houden de musici niet van notaties omdat ze zichbeperkt voelen in hun persoonlijke interpretatie, hoewel een beknopte gids voor een voorstelling aanwezig is in de vorm van een boekje met basisnotaties.

Om ruimte voor muzikale vrijheid te behouden is de Javaanse muziek streng gestructureerd; door de heer Martopangrawit "vrijheid binnen de kennis genoemd". Hij zou zeggen "men is zeer vrij binnen de regels van de karawitan, maar niet zo vrij dat men een trein instapt zonder kaartje; slechts een ORANG GARAP (kenner) kan de kompositie (gendhing), de modus (pathet) en de toonschaal (laras) verklaren.

Binnen iedere toonschaal zijn de volgende Pathet-namen en bijbehorende reeks tonen te noemen:

Laras slendro
Pathet sanga (9) 5 6 1 2 3            
  Pathet nem (6)       2 3 5 6 1      
  Pathet manyura (3?)             6 1 2 3 5

 

Laras pelog
Pathet lima (5) 5 6 1 2 4            
  Pathet nem (6)       2 3 5 6 1      
  Pathet barang (7)             6 7 2 3 5

De naam manyura betekent struisvogel in het Sanskriet terwijl de andere namen een getal in het Javaans aangeven.

De gender is het belangrijkste instrument tijdens een Wayang voorstelling. De genderspeler moet tijdens de voorstelling de dhalang in de juiste pathet houden / bijstaan. Iedere pathet drukt een bepaalde gemoedstoestand uit. De 9 uur durende voorstelling bevat drie pathets van ieder drie uur.

2.3.3 garap dynamiek

Een onderontwikkeld concept binnen de gehele garap. Slechts de laatste 20 jaar wordt er veel gedaan om dit concept te ontwikkelen d.m.v. nieuwe komposities met grote contrasten in het dynamisch niveau.

 2.3.4 garap orkestratie

Traditioneel staat de orkestratie binnen een kompositie vast. Het begrip solo-instrument kent men niet. Zelfs de zang volgt dezelfde regels als die welke voor de instrumentalisten gelden. Slechts door de opnametechniek overheerst de zang de rest van het orkest.

Sinds 10 jaar worden experimenten gedaan op het gebied van de orkestratie zoals een drumstel tijdens een dansvoorstelling of door instrumenten uit andere delen van Indonesië te gebruiken. Voorheen was dit niet gewoon. Eén van de gevaren van een mengeling van instrumenten en stijlen is volgens de heer Martopangrawit "dat de muziek en dans steeds minder abstract worden". Volgens hem was vroeger de gehele muziekcultuur abstract. Gevraagd naar het waarom antwoordde hij: "omdat het publiek juist esthetische voldoening krijgt door het abstrakte. Deze mensen hebben een 'tweede' oog. Er zijn gewone ogen en er zijn ogen die het abstracte zien; met het horen is het net zo. Het tegenovergestelde van het abstracte is het stoffelijke".

Voor Martopangrawit is het een leugen wanneer men stoffelijke dingen gebruikt in een voorstelling: "Ik zag op TV een waaierdans. Na het begin droegen ongeveer 10 kinderen een waaier. Wanneer het zó gaat, kan ik zelf wel 10 dansen maken: de rebabdans (je draagt een rebab), de bamboefluitdans (je draagt een bamboefluit), en noem maar op... Zo kan dat niet. Er zijn veel waaier- en boerendansen. Ik dacht na wat een waaierdans zou moeten zijn: de waaier abstrakt laten zien..".

2.4 Vervolg elementen van de Garap

 2.4.1 De namen en functies van de instrumenten in de karawitan gerelateerd aan de begrippen IRAMA en LAGU.

A. INSTRUMENTEN gerelateerd aan het IRAMA (tempo/ritme) B. INSTRUMENTEN gerelateerd aan de LAGU (melodie)
1. kendhang 1. rebab
a. kendhang ageng
2. gender barung
b. kendhang wayangan
3. gender panerus
c. ketipung
4. gambang
d. ciblon
5. bonang barung
2. kethuk/kempyang 6. bonang panerus
3. kenong 7. slenthem
4. kempul 8. saron demung
5. gong 9. saron barung
6. kecer (voor wayang) 10. saron panerus
7. kemanak 11. celempung, siter
  12. suling
   

De klanken van de irama instrumenten zijn vrijwel allemaal van onomatopoëtische aard!! (klanknabootsingen).

ad 1. kendhang (trommel)(leider van het irama)

  • a. bepaalt de vorm van de gendhing (kompositie)
  • b. bepaalt het irama en het verloop van het tempo (laya)
  • c. bepaalt de MANDHEG en het eind (mandheg is een techniek waarbij alle instrumenten stoppen met spelen terwijl de kompositie nog niet is afgelopen, de kompositie wordt vervolgd met een vocale introductie)

 

Notatie kendhang: B = voor de klank DAH, BEM, of DHE p = voor de klank DHUNG, THUNG t = voor de klank TAK . . = voor de klank KETEH

 

ad 2. kethuk/kempyang (liggende gong) (notatie + en -)

  • a. versterkt de kendhang in het bepalen van de vorm van de kompositie.
  • b. geeft een indicatie van het niveau van het irama.

 

ad 3. kenong (grote liggende gong) (notatie ))

  • a. bepaald de limieten van een gatra, volgens de kompositievorm

 

ad 4. kempul (kleine hangende gong) zie ad 3.(notatie ^)

  • a. bepaald de limieten van een gatra, volgens de kompositievorm

ad 5. gong (notatie ())

  • a. versterkt de kendhang in het bepalen van de kompositievorm
  • b. doet dienst als PADA (het teken om het eind van een muzikale regel aan te geven) en markeert de laatste toon (finalis).

Er zijn ook andere notaties mogelijk (vaak afhankelijk van de gebruikte typemachine).

Functies van enkele LAGU instrumenten:

ad 1. rebab (vedel) leider van de melodie (lagu)

  • a. bepaalt de melodie en het melodieverloop
  • b. speelt de buka (intro) voor de rebab-komposities

ad 2. gendher barung (metallofoon met 14 bronzen toetsen)

  • a. verfraait de melodie met al z'n cengkok
  • b. speelt de intro voor de gender-komposities (heeft een belangrijke rol binnen de wayang)

ad 5. bonang barung (kleine liggende gongetjes)

  • a. verfraait de melodie met al z'n cengkok
  • b. speelt de intro voor de bonang-komposities (bijv. Lancaran Kebogiro)
  • c. speelt de intro voor de lancaran-komposities.

ad 7. slenthem, demung, saron barung

  • a. spelen het schema van de melodie, genaamd BALUNGAN.

ad 10. saron panerus

  • a. geeft een puls welke gebruikt kan worden als gids voor de verschillende niveau's van irama

ad 11. celempung (siter), gender panerus , bonang panerus

  • a. versieren de melodie

ad 12. suling (bamboe fluit)

  • a. verfraait de melodie

 

2.4.2 De namen van de kompositievormen en structuren

vormen structuren
1. sampak 1. buka
2. srepegan 2. merong
3. ayak-ayak-an 3. ngelik
4. kemuda 4. umpak
5. lancaran 5. umpak inggah
6. ketawang 6. umpak-umpakan
7. ladrang 7. inggah
8. merong 8. sesegan
9. inggah 9. suwukan
  10. dados
  11. dhawah
  12. kalajemgaken
  13. kaseling

Voor een uitgebreide uitleg van de terminologie verwijzen wij gaarne naar : KARAWITAN Source readings in Javanese gamelan and vocal music volume 1, J. Becker: editor A. Feinstein: assistant editor Michigan Papers on South and South East Asia, Ann Arbor, Michigan, USA In het bijzonder in volume 1: catatan-catatan pengetahuan karawitan door R.L. Martopangrawit. (ca. euro 40.-).

Tot slot van dit hoofdstuk nog enkele voorbeelden van verschillende intro's (buka), door verschillende instrumenten gespeeld, welke men veelvuldig hoort tijdens een wayangvoorstelling.

 

a. buka bonang gendhing bonang BABAR LAYAR

33. 12.5 553. 12.5 .3.3 .3216 54 64 56 (1)

b. buka bonang Ladrang WILUJENG slendro pathet manyura

. 1 3 2 .61 2 3 1 1 3 2 216 21(6)

c. buka gendher ladrang MONCER slendro pathet manyura

            3 5 6   2 1 6 1   6 5 3 5   6 5 5 6
          2.   . .   5 3 2 1   6 5 3 5   6 2 1 6

d. buka gambang ketawang UNDUR UNDUR KAJONGAN, slendro manyura

2 . 3 . 3 5 3 . 2 . . 5 . 2 3 5 6. . 5 6 . 5 . 3
2 . 3 . 3 5 3 2 . 5 . 2 . 3 . 5 6. . 5 6 . 5 . 3

e. buka kendhang voor Wayangstuk SAMPAK (strijdscenes)

t p p p p (t=tak; p=thung)

f. buka celuk (gezongen) lancaran TROPONGBANG pelog lima

. 3 . 1 . . 3 2 . . 5 6 1 1 2 2 . 2 3 1 . 216 5

ti - tè- nana wong ci-dra mang- sa lang-geng-a

©2005 Jos Janssen